zaterdag 28 april 2012

28 april 2012 Big Apple

Morgen vliegen Marcel en ik naar New York – naar de veel geroemde Big Apple. Al tijden wil ik graag daar heen. Naar de stad met vreemde aantrekkingskracht. Cultuur, dynamiek en energie. En nu gaan we. Een bewust gekozen moment. Komende zomer kies ik voor veel tijd voor en met See. Marcel gaat dan weer naar Suriname. Dus is het fijn om nu iets bijzonders met z’n tweeën te gaan doen. Reizen is fijn, al heeft het voor mij wel een andere dimensie gekregen. Wegtrekken van hier betekent ook weg gaan van haar. En dat wil ik (deep insight) eigenlijk niet. Want zij trekt al weg van ons… en ben ik dan liever hier. Zoiets.
Gisteren vroeg ze het weer: ‘wanneer kom jij weer’. Ik moest er een beetje om liegen, want aankomende vrijdag ben ik nog daar; in die grote appel. Maar ik zei ‘vrijdag; toch altijd op vrijdag’, en dat stemde haar gerust. Maar deze leugen was echt om bestwil. Hoe kan ik haar uitleggen dat ik dus vrijdag niet kom maar dan de zondag wel… te veel taal; te veel abstractie. Vandaar. En zo gaan we morgen op pad. Met haar in mijn gedachten op reis. Zo gaat dat dus, en zo reist ze met me en in me mee. Wanneer kom jij weer? Jij gaat altijd mee!

21 april 2012 Primeur in de regen

Nog niet eerder heb ik op de nieuwe duofiets van en met See gezeten, dus dat werd tijd. Na de koffie en zonder verdere plannen leek me dit een uitgelezen moment voor een proeftochtje op deze tweezits fiets. Kees haalde de fiets uit de schuur en liet zien hoe See daar makkelijk op kon worden geholpen. Even later, na een fotomoment, reden we samen door de Hasseltstraat. See genoot. Ik niet minder. Het naast elkaar op één fiets is al een helemaal leuk. See zit goed ‘ingesnoerd’ en kan met haar benen bewegen (de duozitter kan meetrappen… ‘doe ik ook’, zei ze monter, terwijl ze haar voet een beetje bewoog… never mind). Sowieso biedt het fietsen een nieuwe dimensie: iets nieuws erbij, een positieve sensatie van het nieuwe, een perspectief voor de zomer. Een tochtje naar een zonnig terras, naar de Italiaanse ijssalon in de stad, naar het Wilhelminapark even verderop. See ontspande, kirde en lachte. Tot er druppels vielen en we ineens in de regen fietsten. Niet de bedoeling, maar ook wel grappig en een andere sensatie. Met See op de fiets, in de regen, op weg naar huis. Dat we maar veel mogen fietsen. Een leuke primeur vandaag. Ondanks de regen. Ik werd er helemaal vrolijk van!

20 april 2012 Ben jij mooi

Ik ben iets te laat. Gisteravond naar het theater geweest en een drukke werkweek gehad. Dus deze vrijdagochtend slaap ik door de wekker heen en rijd ik uiteindelijk pas om half tien uit Utrecht weg. Het is rustig op de weg. Met een muziekje aan rijd ik richting Tilburg. Quality time: wat mijmeren, mooie vergezichten en zo nu en dan een zonnetje. Zo bereik ik om een uur of elf het Thomashuis, waar See gewassen en uitgerust op mij zit te wachten. Ze is blij. Als ik binnenkom neemt ze op en zegt ‘ben jij mooi’. Een verrassende uitspraak die ontroert. Haar besef van mijn komst en haar oog voor schoonheid is nog goed aanwezig. Dat is fijn. Mijn lichte kleding deze dag en wellicht mijn blijdschap om haar te zien merkt ze op. Ze weet er zelfs nog taal aan te geven. Zich uiten over iets wat ze als plezierig ervaart. Wat ben je mooi. Hoe vaak zeg ik dat eigenlijk. Een leermoment. Dank je See.

18 april 2012 Ma

In onze jeugd kwam twee dagen in de week iemand om mijn moeder in het huishouden en in het gezin te ondersteunen. En zoals de zaken lopen: zij werd een onderdeel van ons gezin en een belangrijk persoon. Ik weet niet beter dan dat ze er op vrijdag was. Ik was dol op haar en noemde haar ‘ma’, wat vervolgens iedereen over nam. Ma. Een begrip. Een icoon van mijn jeugd. Ik ga soms nog wel eens bij haar langs. Vandaag belde mijn moeder mij rond het middaguur op vanuit het Thomashuis. Samen met See zat ze foto’s van vroeger te kijken en daar wist See moeiteloos ‘ma’ te benoemen. Dat is opmerkelijk omdat See ma al een aantal jaar niet heeft gezien en we ook niet dagelijks over ma spreken. Hiermee is maar weer bewezen: wat van lang geleden en belangrijk is, is niet zomaar verdwenen. In alle euforie hoor ik mijn moeder praten door de telefoon en See giechelen. Op een gegeven moment is mij even niet meer duidelijk wie ik aan de lijn heb, dus stel ik deze vraag. Het is even stil en dan hoor ik See zeggen ‘Marie-José’. Mooi toch. Weer zo’n helder moment, waarbij See de vraag snapt en prima beantwoordt. Haar identiteit geuit, met het benoemen van ma en het noemen van haar naam als bewijs van helderheid en presentie. Om in te lijsten.

17 april 2012 Achteruit kijken

Blij schuift ze langs in beeld. Het Thomashuis in polonaise, cirkelend rondom Marcel en mij. See stapt (relatief) monter voorbij en is zichtbaar uitgelaten. Ik bekijk de opnames van ons feest, deze week alweer een half jaar geleden. Even in herinnering: Marcel en ik kenden elkaar afgelopen oktober 20 jaar en dat vierden we. Het Thomashuis, inclusief See, was daar bij aanwezig. En op het podium deden ze een polonaise, in een slinger rondom ons. Tijd vervliegt. Alweer een half jaar geleden. En deze beelden geven als een prachtig en waardevol tijdsdocument weer hoe fijn dat feest was. Maar het kijken naar deze beelden doet ook zeer. Te zien hoe See dan toch weer onmiskenbaar achteruit is gegaan in haar motoriek en stabiliteit. Op de opname oogt ze toch echt monterder dan nu. Ze heeft weer ingeleverd. Sluipend. Maar zonder twijfel. Vanmiddag vroeg een vriendin wat ze daar nu zelf van vindt of hoe ze dat zelf beleeft. Ik meen toch dat haar zelfreflectie op dit punt (gelukkig) beperkt is. Ze ervaart volgens mij niet heel bewust de achteruitgang. Een half jaar – een flauwe zes maanden – waar gaat het over? Toch, onmiskenbaar: achteruit.

vrijdag 20 april 2012

15 april 2012 Gedesoriënteerd

Het is zo moeilijk om voor te stellen wat dat is: desoriëntatie. See haar werkelijkheid is er in toenemende mate een van afnemende ‘grip’ en (dus) van toenemende desoriëntatie. Hoe zou dat voelen? Vandaag ben ik met Marcel bij het warenhuis V&D, waar we nieuwe fietsen willen kopen. Een mooie aanbieding uit de folder. Ik ben vorige week al even langs geweest en vandaag willen we twee nieuwe fietsen bestellen. We stappen het warenhuis binnen en ik loods ons in volle overtuiging naar de betreffende afdeling... althans, dat denk ik. Want waar ik vermoed dat het is (daar waar ik vorige week was) daar is het dus niet. Een paar keer heen en weer lopen brengt ons nog steeds niet waar we moeten zijn. Ik raak er, merk ik, van slag van. Ik weet zeker dat het dáár was. Daar, waar het toch niet is. Na wat navraag en logisch nadenken zijn we er ineens. Op de fietsenafdeling. Ik reconstrueer mijn denkfout. Dat lucht op. En ik realiseer me hoe frustrerend en beangstigend het is als dit je dagelijkse realiteit is, of steeds meer wordt. Gedesoriënteerd als basis. Een angstig bestaan.

14 april 2012 Daar pijn

We zijn bij Karin, de Mensendiecktherapeute. Vlak voor we naar binnen gaan moet See plassen. Als we op het toilet zijn komt Karin de wachtkamer binnen en speelt het spel... ‘waar is See nou’... See giert het uit, als een driejarige met wie je ‘Kiekeboe’ speelt. Eenmaal in de behandelkamer op de behandelbank gaat Karin aan de slag. See laat het zich wel gevallen en werkt zo nu en dan mee. Tot haar gezicht betrekt: de pijngrens is overschreden. Zoveel is zichtbaar. De rechterheup is vaak haar pijnplek. Een plek die van oudsher al ‘zwak’ is; waar ze al veel langer en vaker pijn heeft. Karin vraag aan See om met haar hand aan te wijzen waar het pijn doet. De vraag is duidelijk, maar See blijkt niet in staat om haar hand (letterlijk) op de zere plek te leggen. Ze ‘maait’ wat met haar linkerhand mijn richting in, van haar lichaam af. Herhaling van de vraag heeft hetzelfde tot gevolg: er is pijn, dat geeft ze aan, maar ze kan niet aanwijzen waar. Daar pijn. Zeg me waar. Het klinkt zo simpel. Voor haar niet meer.